
Historiek
Slechts weinige verenigingen is het gegund de eeuwen te trotseren. De oorzaak hiervan dient gezocht te worden in het verdwijnen van de behoeften waaruit zij ontstaan zijn. De tijden evolueren, de levenswijze van de mensen verandert. Om te overleven dient een genootschap zich aan te passen aan de nieuwe vereisten van het tijdsbeeld.
Deze nuchtere vaststelling geldt niet alleen voor wereldlijke verenigingen, maar evenzeer voor religieuze broederschappen. Hoeveel van deze uitingen van godsvrucht zijn er in de loop der tijden niet opgericht? Zij werden in het leven geroepen door de heersende godsdienstige opvattingen of door de bloeiende verering van een bepaalde heilige. Hoeveel broederschappen zijn er niet weggekwijnd? Eén devotie blijft nog steeds jong en onverwoestbaar: de godsvrucht tot Onze-Lieve-Vrouw, de Moeder Gods, die in haar verschillende aspecten om hulp en bijstand wordt gesmeekt.

De Confrérie van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Rozenkrans werd in de Sint-Pieterskerk van Turnhout ingesteld door pater dominicaan Franciscus Cosyn op 18 december 1639, de vierde zondag van de advent. Dit had plaats onder grote belangstelling en geestdrift na een predicatie over de mysteries van de Rozenkrans.
De oprichting geschiedde aan het altaar van Onze-Lieve-Vrouw dat toen al lange tijd werd verzorgd door de Onze-Lieve-Vrouwegilde. De kanunniken van het kapittel van de Sint-Pieterskerk verklaarden zich akkoord met de instelling en beloofden alles te doen om de godsvrucht tot de H. Maagd te bevorderen.
Enkele transcripties van archiefstukken: